FIEL

lijn

TWEEDE KLACHT BIJ DE NEDERLANDSE RECLAME CODE COMMISSIE

lijn

Index: Klachten

Overzicht klachten tegen en van Greenpeace

lijn

De Advertentie

Op 3 maart 1998 werd door Greenpeace in verschillende Nederlandse kranten een advertentie geplaatst met volgende inhoud:
Advertentie

Belangrijke mededeling voor ouders van jonge kinderen

WAARSCHUWING

Uit onderzoek blijkt dat speelgoed uit zacht PVC (vinyl) schadelijk kan zijn voor de gezondheid van uw kinderen. Deze giftige speeltjes, zoals bijtringen, badboekjes en zachte piep-beesten, zijn nog steeds te koop.
Pas op voor zacht PVC-speelgoed van de merken Tyco (Sesame Street), Hasbro (Playskool) en Mattel. Zij negeren nog steeds de oproep van de staatssecretaris van Volksgezondheid om dit speelgoed uit de handel te halen.

Wilt U meer weten? Bel: (020) 422 33 44

GREENPEACE

lijn

De klacht

Als reactie op deze advertentie werd door de Chlorofielen op 27 maart 1998 een klacht ingediend bij de Nederlandse Reclame Code Commissie. Vooral het gebruik van het woord "giftig" was volgens ons in strijd met de waarheid en roept bij de ouders van kleine kinderen onterecht angst op.
De klacht werd als volgt gestaafd:

Stabroek, 11 mei 1998.

1. Greenpeace verdedigt de stelling dat zij mede gelet op het voorlichtend karakter van de advertentie speelgoed giftig mag noemen als het schadelijk kan zijn voor de gezondheid van kinderen. De Chlorofielen zijn van mening dat de feiten het gebruik van het begrip 'giftig' in relatie tot speelgoed niet rechtvaardigen, simpelweg omdat dit onwaar en misleidend is. Juist het feit dat het om een voorlichtend karakter gaat, maakt een juist en zorgvuldig taalgebruik extra noodzakelijk en het gebruik van het woord giftig des te verwerpelijker. Want wat wordt er bedoeld met het woord 'giftig', welke beleving hebben wij daarbij? Niet zoals Greenpeace suggereert dat het wijst op de aanwezigheid van toxische bestanddelen. Nee, Greenpeace suggereert in haar advertentie met het gebruik van het woord giftig dat het speelgoed met zekerheid gevaarlijk is, de levensfunctie ernstig verstoort en mogelijk de dood teweegbrengt. Dit is onjuist en misleidend en Greenpeace heeft hiervoor ook geen enkel bewijs aangedragen.

Misleidend is het om een product giftig te noemen als het schadelijk kán zijn voor de gezondheid. In dit geval gaat Greenpeace echter nog verder door een product als giftig te kwalificeren waarvan geenszins vaststaat dat het zelfs maar schadelijk is. Want daar gaat het in deze discussie in feite om. Het gaat om de vraag of een product mogelijkerwijs onder bepaalde omstandigheden, te weten langdurig en intensief sabbelen, in zodanige mate stoffen afgeeft dat er mogelijk schadelijke effecten op de gezondheid kunnen optreden. Deze onzekere vraag over schadelijkheid brengt Greenpeace in relatie tot de 'zekerheid' inzake giftigheid en dat is onjuist en verwerpelijk.

Anders dan Greenpeace beweert is een product niet giftig als het toxische bestanddelen bevat. Als dat zo zou zijn dan zijn alle producten giftig, ook alle voedsel, want dat bevat zout. Eén eetlepel zout is dodelijk voor een volwassene, maar een beetje zout in het voedsel is prima en zelfs levensnoodzakelijk. Is alle voedsel dan giftig? Nee natuurlijk niet. Hetzelfde geldt voor vele andere stoffen: alcohol is bij 200 gram dodelijk, van ftalaten moet men al twee liter innemen, maar zelfs water is dodelijk als men er méér dan 10 liter kort na elkaar van drinkt...

Greenpeace is overigens blijkens haar publikaties (productie 1, ref. [41]) wel degelijk op de hoogte van de symbolen zoals deze internationaal gebruikt worden om aan te geven of stoffen bij een bepaalde dosis schadelijk of giftig zijn.
Voor ftalaten werd door Greenpeace het Andreaskruis gebruikt (voor een toelichting zie productie 2, ref. [42]) d.w.z dat ze schadelijk kunnen zijn en niet giftig, want daar geldt een ander symbool voor. Overigens blijkt hieruit (productie 2, ref. [42]) dat volgens de Nederlandse regelgeving ftalaten noch schadelijk noch giftig zijn. Ook dient voor sommige stoffen zoals alcohol vermeld dat ze buiten het bereik van kinderen moeten worden gehouden, dat hoeft niet voor ftalaten.

2. Voor een goede beoordeling is het van belang de feiten nog eens even duidelijk op een rij te zetten. Om te beginnen is het van belang dat, anders dan Greenpeace beweert, er weinig producten zijn waar zo veel gezondheidstests op zijn gedaan als ftalaten. Er zijn reeds studies vanaf 1943. De belangstelling voor ftalaten vloeit o.a. voort uit het intensieve gebruik in medische toepassingen zoals bloedzakken en slangen.
Bij tests op knaagdieren zijn bij toediening boven een bepaald niveau effecten (met name vooral op de leverfunctie) waargenomen. D.w.z. boven een bepaald blootstellingsniveau zijn ftalaten toxisch voor knaagdieren. Beneden dat niveau worden géén gezondheidseffecten meer waargenomen. Het punt waarbij géén effecten meer worden waargenomen wordt het NOAEL genoemd (No-Observed-Adverse-Effect-Level). De TDI voor mensen d.w.z. de Toelaatbare Dagelijkse Inname (berekend voor het gehele leven) ligt een veiligheidsfactor 100 onder de NOAEL voor de meest gevoelige dieren, in dit geval dus knaagdieren. Bij mensen zijn echter nog nooit effecten waargenomen. De discussie waar het hier om gaat is niet dat de NOAEL ook maar bij benadering wordt overschreden maar dat bij voorlopig en omstreden onderzoek in Denemarken en in Nederland is vastgesteld dat wellicht bij bepaald gebruik gedurende enige maanden de TDI kán worden overschreden. De discussie gaat derhalve over de vraag of en zo ja in welke mate de TDI overschreden wordt, oftewel de veiligheidsmarge gedurende korte tijd lager dan 100 is, waarbij vaststaat dat in geen enkel geval de NOAEL wordt overschreden.

3. Ofschoon vanaf het begin grote vraagtekens zijn gezet bij de representativiteit van de metingen heeft de industrie deze zaak zeer serieus genomen en onmiddellijk interne en externe deskundigen geraadpleegd.
Het eerste onderzoek na ontvangst van de brief van de Keuringsdienst van Waren van 16 juli 1997 betrof het verifiëren van de gebruikte testmethode.
De samenvatting van dit door TNO uitgevoerde onderzoek treft u bijgaand aan (productie 3, ref. [43]). De conclusie is dat TNO tot geheel andere resultaten komt die een factor 8-34 lager liggen dan de gerapporteerde waarden.
Deze waarden komen overeen met gangbare waarden en met metingen in Duitsland door drie onafhankelijke instituten uitgevoerd, volgens de door de BGA (Bundes Gesundheidsambt) voorgeschreven testmethode (volledig TÜV-rapport in productie 4, ref. [44], toelichting in productie 5, zie Greenpeace speelgoedtests onderzocht).
Overigens heeft Greenpeace in Duitsland zelf ook metingen aan speelgoed doen verrichten. De resultaten van deze metingen konden door onafhankelijke instituten niet worden bevestigd en zijn als bijzonder afwijkend en onzorgvuldig gekwalificeerd (productie 5, zie Greenpeace speelgoedtests onderzocht). Op een aanbod van de Duitse industrie om gezamenlijk onderzoek te laten doen door een onafhankelijk instituut is Greenpeace niet ingegaan, hetgeen te raden geeft.

In Nederland is inmiddels op basis van de bevindingen van TNO een onafhankelijk onderzoek van start gegaan onder leiding van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In tegenstelling tot de Consumentenbond, weigert Greenpeace om deel te nemen aan dit onderzoek zoals uit haar brief dd. 18 maart jl. aan het Ministerie van VWS (productie 6, ref. [45]) blijkt. Zij ziet weinig in een wetenschappelijke aanpak en handhaaft haar dogma.

In haar antwoord dd. 31 maart jl. (productie 7, ref. [46]) geeft staatssecretaris Terpstra nogmaals duidelijk aan dat zelfs als de TDI van bepaalde producten tijdelijk zou worden overschreden (waar op basis van de meest recente gegevens geen indicatie voor is, zie productie 8, ref. [47]), er geen bijzonder gevaar is voor de veiligheid en de gezondheid van de mens, laat staan dat er sprake zou zijn van 'giftige' producten, in welk geval wetgeving zou volgen.

Dat de Staatssecretaris vooralsnog haar verzoek tot terughoudendheid handhaaft, heeft meer een politieke dan een gezondheidstechnische betekenis. Zoals o.a. ook verwoord in het persbericht van 15 oktober jl. heeft de industrie zich met recht steeds verzet tegen de oproep, op grond van de argumenten die de Staatssecretaris zelf ook hanteert, te weten dat geen bijzonder gevaar valt te duchten, dit geldt te meer nu uit recentere onderzoeken blijkt dat er geen sprake is van een overschrijding van de TDI laat staan van het NOAEL. Er kan dan ook geen sprake van zijn het Voorzorgprincipe in te roepen. Er zijn meer dan voldoende ernstige wetenschappelijke studies die aantonen dat er géén ernstig risico is verbonden aan het gebruik van ftalaten in speelgoed. Zeker gezien er zelfs bij gevoelige proefdieren geen enkel gezondheidseffect wordt gevonden bij dosissen die vele malen hoger liggen dan de werkelijke ingenomen dosis, zelfs als men rekening houdt met de gegevens uit onderzoeken waarbij sterk afwijkende tests werden gebruikt.

Ook het zeer recente onderzoek van de EU Scientific Committee on Toxicity, Ecotoxicity and the Environment (productie 9, ref. [48]) is geen aanleiding tot het treffen van maatregelen zoals Greenpeace wenst. Er wordt weliswaar geconstateerd dat er onzekerheid is of de veiligheidsmarge in alle gevallen wordt gerespecteerd, op grond waarvan het Nederlandse onderzoek afgewacht moet worden. Ook het Committee ziet hierbij geen aanleiding tot maatregelen.

In bovenvermelde brief van Greenpeace dd. 18 maart jl. schermt Greenpeace ook met vele alternatieven die in plaats van PVC gebruikt zouden kunnen worden. Heeft Greenpeace die materialen onderzocht en kunnen daar geen stoffen uit lekken? Recent werden in België rubber fopspenen uit de handel genomen, omdat er teveel nitrosamine (een échte kankerverwekkende stof, óók voor mensen), uit weglekte. Uit een brochure van Greenpeace over alternatieven voor PVC (productie 10, ref. [14]) wordt o.a. 'iron' als een goed alternatief voor PVC gepresenteerd. De conclusie van een voor Gastec door het CML (Centrum voor Milieukunde Leiden), opgesteld wetenschappelijk rapport (productie 11, ref. [17], zie ook levenscyclus van PVC en alternatieven) is echter dat dit materiaal in alle milieusegmenten, ook humane toxiciteit, slechter scoort dan PVC. Het zelfde geldt trouwens ook voor koper, maar daar moet Greenpeace nog maar eens het rapport 'Zolang de voorraad strekt' van Milieudefensie op nalezen. De prangende vraag blijft derhalve waar Greenpeace zich op baseert bij de gepresenteerde alternatieven. Wij geven vooralsnog de voorkeur aan een bekend, beheersbaar risico dan aan een onbekend en dus niet beheerst risico.

Concluderend kan gesteld worden dat de uitspraak dat speelgoed gemaakt uit (ftalaathoudend) zacht PVC giftig is, als onjuist, onwaar en ernstig misleidend gekwalificeerd dient te worden, dat Greenpeace ook geenszins is geslaagd om het tegendeel te bewijzen, dat er ook overigens geen rechtvaardigingsgronden gelden, cq voor Greenpeace een 'status aparte' zou gelden op grond waarvan de klacht zou moeten worden afgewezen.

Stabroek, 11 mei 1998.

Namens de VZW Chlorofielen,

Ferdinand Engelbeen
Voorzitter

lijn

De uitspraak

RECLAME CODE COMMISSIE

Dossier 98.0189

Het oordeel van de Commissie

Verweerster vestigt in de gewraakte waarschuwing de aandacht op het feit dat onderzoek heeft uitgewezen dat speelgoed van zacht PVC schadelijk kan zijn voor de gezondheid van jonge kinderen en geeft vervolgens uiting aan haar bezorgdheid over het feit dat dergelijk speelgoed nog steeds te koop is. In deze uiting is derhalve sprake van het propageren van denkbeelden als bedoeld in artikel 16 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) hetgeen betekent dat de uiting slechts getoetst mag worden aan de criteria: strijd met de wet, de waarheid, misleiding en nabootsing.

Met betrekking tot klaagsters bezwaar tegen de aanduiding "giftige speeltjes" overweegt de commissie het volgende: "Giftig" wekt de indruk dat het speelgoed een direct gevaar voor de gezondheid oplevert.
Gezien de -blijkens de door partijen overgelegde stukken- nog bestaande onzekerheid met betrekking tot de vraag of en zo ja in welke mate de speeltjes de gezondheid van jonge kinderen kunnen schaden is de uiting, daar waar verweerster het desbetreffende speelgoed aanduidt als "Deze giftige speeltjes" echter te stellig en daardoor misleidend.
Bovendien betreft, anders dan wordt gesuggereerd, de mogelijke schadelijkheid niet PVC maar de daaraan toegevoegde weekmaker.

De beslissing

Gelet op het hiervoor overwogene acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 7 van de NRC. Zij adviseert verweerster om voortaan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst zij de klacht af.
 
De Voorzitter De Secretaris
(get.)  (get.) 
mr N.J. van der Lee mr A.E. de Gelder

Gewezen door mr N.J. van der Lee, voorzitter, E. Bolk, mr A.C. van den Boogaard, mr F.W. Obertop en R. Visser, leden.

Amsterdam, 30 juni 1998

lijn

Het beroep van Greenpeace

Greenpeace ging tegen de beslissing van de Reclame Code Commissie in beroep. Zij hadden bezwaar tegen de uitspraak op drie punten:
  1. De Commissie heeft onder punt 3 van de uitspraak ten onrechte vastgesteld dat klaagster verschillende brieven en rapporten in het geding heeft gebracht.
  2. De Commissie heeft ten onrechte overwogen dat "giftig" de indruk wekt dat het speelgoed direct gevaar oplevert voor de gezondheid.

  3. "Deze giftige speeltjes" slaat op de daaraan voorafgaande zinsnede "dat speelgoed van zacht PVC (vinyl) schadelijk kan zijn voor de gezondheid van kinderen." Greenpeace heeft aansluiting gezocht bij hetgeen in het dagelijks taalgebruik met "giftig" wordt bedoeld: gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid. Niet wordt gesuggereerd of gezegd dat zacht PVC (onmiddellijk) tot de dood zou kunnen leiden.
  4. De uiting is onderdeel van het maatschappelijke en politieke debat over de toelaatbaarheid van schadelijke stoffen, zoals ftalaten.

  5. Door de woorden "Deze giftige speeltjes" uit de context te halen en deze als zelfstandige uiting negatief te beoordelen, is de Commissie buiten de door verdragen, de Grondwet en jurisprudentie inzake het recht op vrije meningsuiting geformuleerde grenzen getreden en heeft zij Greenpeace in haar recht op vrije meningsuiting beperkt.
lijn

Een vergelijking met alcohol

Om een en ander duidelijk te maken welk niveau van opname giftig of schadelijk en wat onschadelijk is, werd door de Chlorofielen het voorbeeld van alcohol aangehaald:

Schadelijkheid van alcohol

Alcohol heeft, naast directe verschijnselen zoals bewustzijnsvernauwing en tragere reacties, ook schadelijke gevolgen op lange termijn indien 5 glazen drank (bier, wijn) of meer per dag worden gedronken. Bij deze doseringen verhoogt de kans op leverproblemen i.h.a. en leverkanker in het bijzonder. Ook de kans op geboortedefecten verhoogt hierdoor. Dat effect is duidelijk aangetoond bij mensen, waarbij volgens Bruce N. Ames, wereldberoemd toxicoloog, alcohol de grootste oorzaak van geboortedefecten is bij de mens. Om die redenen moeten alcoholische dranken in de staat Californië (USA) verkocht worden met de zin: "kunnen kanker en ernstige geboortedefecten veroorzaken". Bij 3 of minder glazen (ca. 30 gram alcohol) per dag worden er echter geen lange termijn effecten meer waargenomen. Integendeel, enkele glazen per dag geven een geringere kans op hart- en vaataandoeningen, zij het niet door de alcohol maar door andere stoffen die in de gebruikte planten aanwezig waren.

Indien men alcohol zou behandelen als eender welke industriële stof, dan zou men infeite een veiligheidsmarge met een factor 100 moeten gebruiken, m.a.w. de "TDI" (toegelaten dagelijkse inname) voor alcoholische dranken is dus slechts 0,03 glazen bier of wijn per dag, of zo ongeveer een theelepeltje vol... Toch zal niemand het in zijn hoofd halen om de inhoud van enkele glazen bier of wijn "deze giftige drankjes" te noemen, gezien de daarmee genuttigde hoeveelheid alcohol hoogstwaarschijnlijk niet eens schadelijk is...

Integendeel, het is een bekend middel voor moeder én kind, om van een goede nachtrust te genieten als men vóór de borstvoeding een goeie trappist drinkt...

lijn

De uitspraak in beroep

COLLEGE VAN BEROEP

Dossier 993/98.0189

Beslissing van het College van Beroep

Grief 1

De Commissie verwijst naar de door de Chlorofielen in het geding gebrachte stukken. Dat de Commissie deze - zonder specifiek te zijn - kort samengevat aanduidt met "brieven en rapporten" is, gezien de stukken, niet onjuist. De grief is ongegrond.

Grief 2

Als niet dan wel onvoldoende weersproken staat het volgende tussen partijen vast. Om (baby)speelgoed van de kunststof PVC zacht en buigzaam te maken worden daaraan weekmakers, zogenaamde ftalaten, toegevoegd. Ftalaten zijn giftige stoffen. Deze stoffen kunnen, met name wanneer er intensief op het speelgoed wordt gesabbeld of gebeten, uit het speelgoed lekken en mogelijk via het speeksel in het lichaam van het kind terecht komen.

Partijen verschillen van mening over de mate waarin ftalaten in het lichaam worden opgenomen en over de mogelijke gevolgen daarvan op de gezondheid van het kind. Blijkens de door partijen overgelegde stukken is op deze vragen volgens de huidige stand van de wetenschap geen eenduidig antwoord te geven.

Uit recent, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uitgevoerd, onderzoek onder voorzitterschap van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt onder meer dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is, omdat er op dit moment geen betrouwbare laboratoriummethode voor de meting van afgiften van ftalaten in zacht kunststof speelgoed voorhanden is.
Uit dit onderzoek is ook gebleken dat bij de gebruikte plasticmonsters de afgifte van ftalaten slechts in zeer uitzonderlijke situaties de internationaal vastgestelde maximaal toegestane inname overschrijdt (Vgl. RIVM report 613320 002, Phthalate release from soft PVC baby toys, september 1998 [56] en het naar aanleiding daarvan afgegeven persbericht van het Ministerie VWS d.d. 22 september 1998, nummer 82).

Een en ander in aanmerking nemend is het College met de Commissie van oordeel dat de zinsnede "Deze giftige speeltjes voor speelgoed van zacht PVC" (thans) niet op zijn plaats is. De aanduiding "giftig" geeft volgens dagelijks taalgebruik aan dat dergelijk speelgoed zonder meer schadelijk is voor de gezondheid. Nu dat, zoals hiervoor overwogen (nog) niet vast staat, is de gewraakte zinsnede misleidend in de zin van artikel 7 NRC. Daaraan doet niet af dat deze zinsnede betrekking heeft op de daaraan voorafgaande zin "Uit onderzoek blijkt dat speelgoed van zacht PVC (vinyl) schadelijk kan zijn voor de gezondheid van uw kinderen. " De daarin gelegen nuancering wordt tenietgedaan door de daarop volgende stellige mededeling "Deze giftige speeltjes (...)".

De grief faalt derhalve.

Grief 3

Het oordeel dat Greenpeace artikel 7 NRC heeft overtreden leidt niet tot beperking van de vrijheid van meningsuiting als door haar betoogd. Deze grief faalt derhalve eveneens.

De Beslissing

Het College bevestigt de beslissing van de Commissie.
 
De voorzitter De secretaris
(get.)  (get.) 
Mr J.M. Vrakking Mr C.C. Jolles
Gewezen door mr J.M. Vrakking, voorzitter en mr A.E. Gelderman, R.F.J.H. van Rooij, prof. mr G.M.F. Snijders en mr J.R.A. Schouten, leden.

Amsterdam, 15 oktober 1998.

line

De leugens van Greenpeace

Om je een idee te geven, hoe groepen zoals Greenpeace de pers manipuleren:
Enkele tijd geleden werden ze geďnterviewd in een Vlaams dagblad (De Morgen, 16 november 1998):

Onder de titel: "Teletubbies zijn giftig, zegt Greenpeace":

"... In Nederland, had Greenpeace een klacht van de speelgoedindustrie, nadat de milieuvereniging een advertentie had gepubliceerd, waarin werd gewaarschuwd voor schadelijk speelgoed, maar volgens Bloksma [Nota: Mienke Bloksma van Greenpeace International], heeft Greenpeace gelijk gehaald voor de Reclame Code Commissie. De industrie heeft een rapport gepubliceerd, waarin staat dat slechts 1 percent van de kinderen ftalaten kan innemen... ".
Dat zijn drie leugens in anderhalve zin. Het was geen klacht van de speelgoedindustrie, maar van de Chlorofielen (mogelijk zeggen ze niet graag dat werknemers reageren op hun onwaarheden). Ze werden veroordeeld door de Reclame Code Commissie (RCC) voor de zin "Deze giftige speeltjes" in hun advertentie, ook in hoger beroep, wegens misleidend (mogelijk geven ze niet graag toe dat ze kunnen verliezen). En het rapport waarover ze het hebben was niet van de industrie, maar van de Nederlandse Consensus Groep (overheid, industrie en Nederlandse Consumentenbond [56]), met conclusies die compleet verschillen van die van Greenpeace... (mogelijk gaan ze ervan uit dat "industrie" minder betrouwbaar klinkt).

De RCC vroeg dringend dat Greenpeace haar bewering "giftige speeltjes" niet zou herhalen. Kijk naar de titel. Is er nog iemand die hen gelooft?

lijn

U bent op nivo twee van de Chlorofielen paginas.

Op het net: 1 juli 1998.
Laatste aanpassing: 9 mei 2004.
Finale aanpassing: 31 maart 2019.

Naar deWelkom pagina

Naar de Home Page van de Chlorofielen

Omhoog Greenpeace en chloor

Links Klacht tegen brochure "Chloor is overal"

Rechts:Greenpeace advertentie veroordeeld in UK

Omlaag Persmededeling over de uitspraak van de RCC.