![]()
Chloor in de natuur
Chloor in de industrie
Chloor en alternatieven
![]()
Chloor komt zeer veel voor in de natuur, er is meer chloor (0,19%) in de aardkorst aanwezig dan koolstof (0,08%). Vrijwel al dat chloor is in gebonden vorm: zout in de oceanen en in dikke lagen over de hele wereld verspreid bevat zestig procent chloor, de rest is natrium. Grote hoeveelheden - maar in kleine concentraties - van gebonden chloor (zout en zoutzuur) worden met de wind vanuit zee naar land gebracht. Daarom vindt je ook op het land overal chloor, zowel in de lucht als in de grond. Een kleine hoeveelheid zoutzuur uit de lucht worden geoxydeerd to elementair chloor, dat geeft dan die mooie groene koperen daken op gebouwen in de nabijheid van de zee.
Alle leven op aarde begon in zoute oceanen en vrijwel alle leven op aarde heeft zout nodig om te overleven. Teveel zout is een dodelijk vergif, niet voldoende zout is evengoed dodelijk. Ons bloed bevat zout, onze maag gebruikt zoutzuur - aangemaakt uit zout - voor het verteren van ons voedsel. En wanneer we aangevallen worden door bacteriën, dan produceren onze witte bloedcellen een zeer krachtige chlorerende en oxyderende stof uit zout: bleekloog, om de aanvallers te doden.
De meeste milieugroepen ontkennen of onderschatten de enorme hoeveelheid organochloorverbindingen die door de natuur gemaakt worden: Tot op heden zijn ca. 1700 organochloorverbindingen gevonden die door verschillende soorten aangemaakt worden. Ook ontstaan dioxinen, PCB's en andere ongewenste bijproducten als gevolg van bosbranden. Soms zijn de gevonden hoeveelheden vrij hoog. Bij de afbraak van hout door zwammen en paddestoelen gebruiken die organochloorverbindingen, wat resulteert in een hoeveelheid gechloreerde residues, voornamelijk chloorfenolen. De concentraties aan organochloorverbindingen in bosgrond is daardoor zeven keer hoger dan wat door de wet in Nederland is toegelaten!
Van chloorfenolen naar dioxinen is in de natuur slechts een kleine stap: Vele bacteriën maken waterstofperoxide aan, wat voldoende is om van chloorfenolen dioxinen te maken. Zo is de gemiddelde hoeveelheid dioxinen in bosgrond hoger dan in industriële of sterk bebouwde omgevingen - behalve voor zwaar vervuilde plaatsen - en veel hoger dan men kan vinden in open veld of grasland.
Er is veel weerstand tegen afvalverbranding. Infeite gaven de
slechtste onder hen ongeveer evenveel dioxinen uit de schoorsteen
als er in de oven gingen, alhoewel dat voornamelijk in de
onmiddellijke omgeving terechtkwam. Een goed uitgeruste oven
daarentegen reduceert de hoeveelheid met een honderd- tot
duizendvoud.
Anderzijds geeft composteren van organisch afval of slib een
verdrievoudiging van de hoeveelheid dioxinen... In papier en
karton verhoogt de hoeveelheid dioxinen met de leeftijd, zelfs
wanneer het uit 100% chloorvrij gebleekte pulp gemaakt werd. In
die zin kan gerecycleerd papier tien tot honderd keer meer
dioxinen bevatten dan vers papier.
Meer dan 60% van alle chemische activiteiten maakt gebruik van chloor, direct of indirect. Dat is niet toevallig, maar dat is omdat in vele gevallen het chloor als een energiepomp werkt. Het is een zeer reactief element, dat reacties mogelijk maakt die anders meer energie of meer niet-hernieuwbare grondstoffen zouden vergen, meer (gevaarlijk) afval of vervuiling zouden geven, gevaarlijker zijn voor werknemers en/of gebruikers en een mindere kwaliteit voor een hogere prijs geven.
Chloor wordt gebruikt om meer dan 10.000 produkten te maken, je kan zeggen dat 95% van alle consumentenproducten wel ergens met behulp van chloor gemaakt is. Om je een idee te geven waarvoor het gebruikt wordt:
Degenen die chloor uit de industrie willen bannen weten de consequenties niet van wat ze zeggen , of ze weten het wel en hun doel gaat verder dan het gebruik van chloor: zij willen alle (chemische) fabrieken sluiten, of dat nu goed is voor de natuur en/of de mens of niet.
![]()
In vele gevallen kunnen chloor en chloor gelateerde producten en processen vervangen worden door chloorvrije producten en -processen. Soms kan dat beter voor het milieu zijn, maar in vele gevallen, zeker voor PVC, waar veel onderzoek naar werd gedaan, worden gekende en gecontroleerde gevaren geruild voor andere (on)gecontroleerde gevaren, die een veel ergere invloed op mens en omgeving kunnen hebben. Zie ook het onderzoek naar de chloorketen in Nederland, waar vrijwel alle chloortoepassingen grondig bekeken werden op hun milieulast. Dit werd dan vergeleken met de gemiddelde milieulast van alle goederen geproduceerd in Nederland.
Chloorvrij of PVC-vrij zijn géén synoniemen voor beter voor het milieu!
![]()
U bent op nivo één van de Chlorofielen paginas.
Ontwerp: 10 maart 1996.
Laatst gewijzigd: 1 maart 2002.
Finale aanpassing: 31 maart 2019.