
![]()
Fiel info nr 7 - juli 1998
Een uitgave van de Chlorofielen
Verantwoordelijk uitgever:
F. Engelbeen
De Chlorofielen
Ferdinand Engelbeen, Voorzitter Chlorofielen.
In het Rotterdamse havengebied is de gemeente Rozenburg vrijwel helemaal omgeven door chemische industrie. Om beter te weten wat er in die bedrijven gebeurt en anderzijds de bedrijven op de hoogte te brengen van wat er bij de bevolking leeft, heeft de gemeente een "Klankbordgroep" opgericht, die regelmatig contacten met de omliggende bedrijven onderhoudt. Maandag 22 juni was het de beurt aan Akzo Nobel, chloor/DCE/VCM producent in het Rotterdamse Botlekgebied. Op het programma stond een bedrijfsbezoek, gevolgd door een vragenuurtje van het publiek aan de vertegenwoordigers van het bedrijf en van de wetenschap (A. Tukker, TNO) en van Greenpeace (E. Matser).
Na een korte inleiding door de locatiedirecteur, werd het bedrijf bezocht, ook door de Greenpeace medewerker (het was de eerste maal dat ze via de voordeur binnenkwamen!). Na terugkeer in de gemeentelijke zaal, werd eerst door Dhr. Tukker uitgelegd hoe in Nederland de chloorkringloop op vraag van de overheid werd onderzocht. Daarna kon men de vertegenwoordigers van de verschillende betrokken partijen met vragen bestoken. Ook uw voorzitter liet zich t.a.v. Greenpeace én TNO niet onbetuigd. Jammer dat de tijd te kort was om er een echt debat van te maken.
Mogelijk iets voor de klankbordgroep?
Waarom dan toch die hetze?
Begin 1997 trok Denemarken aan de alarmbel. Uit bepaalde bijtringen voor baby's bleken teveel ftalaten te lekken. De test die tot dit resultaat leidde, week duidelijk af van de testen die men normaal in Europa gebruikt. Probleem hier was (en is) dat die test nog niet op haar betrouwbaarheid was gecheckt. Ondanks het feit dat de resultaten die de fabrikant op basis van de algemeen toegepaste Europese testmethode verkreeg, géén te hoge migratie aangaven, haalde de fabrikant de betreffende bijtringen voor alle zekerheid toch maar van de markt. Alle landen die de gebruikelijke Europese tests toepasten, kwamen tot de conclusie dat er geen reden was tot paniek: er werd immers geen overschrijding van de norm vastgesteld.
Er was één uitzondering, m.n. Nederland. Op basis van tests, uitgevoerd voor het Ministerie van Volksgezondheid, kwam men in augustus 1997 tot de conclusie dat uit sommige speelgoedjes toch teveel ftalaten lekten. Zo kwam het dat, ook mede onder druk van Greenpeace, de Nederlandse Staatssecretaris, Mevr. Terpstra en Belgisch Minister van Volksgezondheid, Dhr. Colla, aanbevolen om zacht PVC-speelgoed, specifiek bedoeld om op te sabbelen en te bijten, uit de handel te nemen. Een formeel verbod was er niet, omdat er geen direct gevaar bestaat voor de gezondheid van onze kinderen.
In de Nederlandse, test werd het speelgoed met een ultrasoon geluid dat 55.000 keer per seconde trilde, bewerkt. Het verband met wat in een kindermond gebeurt, is ver te zoeken, lijkt ons. Een vergelijking met de standaardtest gaf inderdaad 8-34 keer hogere waarden.
Dat Mevr. Terpstra haar oproep tot vrijwillige terugname van zacht PVC-speelgoed niet introk, heeft wellicht een politieke achtergrond (het was enkele maanden voor de verkiezingen... ). Minister Colla wijzigde zijn oproep wel door te vragen dat alle speelgoed zou voldoen aan de normen die door het wetenschappelijk comité van de Europese Commissie werden voorgesteld.
Greenpeace Duitsland deed er nog een schepje bovenop door met getallen te komen aandraven van voor hen uitgevoerde tests, waarbij de testmethoden en testgegevens nogal afweken van het normale. Zelfs gerenommeerde laboratoria konden deze testresultaten niet herhalen. Op de vraag van de industrie om de test gezamenlijk over te doen, werd negatief gereageerd, wat uiteraard tot nadenken stemt...
Al die verschillende testmethoden zorgen er vandaag voor dat men door de bomen het bos niet meer ziet. Daardoor dringt een goedkeuring van een eenvormige Europese test zich op.
Wat zijn nu eigenlijk ftalaten en bedreigen ze wel onze gezondheid?
Normaal is PVC een vrij hard materiaal. Door het te mengen met weekmakers, ftalaten genoemd, kan men PVC "week"maken, d.w.z. soepel genoeg maken om er folies, slangen, laarzen, enz.. van te produceren. Ook speelgoed uit zacht PVC vindt men in velerlei vormen, van bijtringen tot strandballen en van bad eendjes tot slabbetjes. Die ftalaten zijn echter niet chemisch verbonden met het PVC en verdwijnen daardoor langzaam uit de massa door verdamping naar de lucht of door uitlogen in water. Dat kan je zien aan de tuinslangen die na vele jaren dienst, stugger (en dikwijls troebel) worden.
Ftalaten zijn verbindingen van ftaalzuur met allerlei alcoholen. Hoe vluchtiger het alcohol, des te vluchtiger is dan ook het ftalaat dat daaruit gemaakt wordt. De vluchtige ftalaten worden meestal gebruikt in drukinkten en in lijmen voor zelfklevende etiketten (ca. 10% van het verbruik). De minder snel verdampende worden als weekmaker in PVC gebruikt (ca. 90% van het verbruik). Ftalaten hebben een zeer lage directe giftigheid. Omgerekend naar een volwassen persoon, is een hoeveelheid van 2 liter niet dodelijk voor ratten. Hooguit krijgen ze een dagje diarree....
Ter vergelijking : 200 gram pure alcohol is voor de doorsnee mens dodelijk... Dus ook hier weer bepaalt de dosis de giftigheid, net zoals teveel water drinken ook dodelijk kan zijn, want alles is giftig als men er teveel van inneemt. Wie een lage dosis inneemt, wordt daarom nog niet vergiftigd.
Wel werd vastgesteld dat ratten bij een levenslange hoge dosering aan ftalaat (ca. 20 gram per dag voor een volwassene) een bepaald type leverkanker kregen. Dit type kanker blijkt echter zeer specifiek voor te komen bij knaagdieren. Ze krijgen die ook als ze bv. teveel simpele vetstof eten. Verder onderzoek bracht aan het licht dat primaten (apen en mensen) niet gevoelig zijn voor dat soort reacties. Proeven bij apen gaven dan ook geen extra kankergevallen. Hierop besloot de Europese Commissie reeds in 1990 dat ftalaten niet kankerverwekkend zijn voor de mens. Zij mogen dan ook gerust gebruikt worden in medische toepassingen zoals bloedzakjes, infusen en slangen.
En wat met de alternatieven?
Sommige groepen, vooral Greenpeace, beweren dat er minder riskante alternatieven bestaan voor met ftalaten zacht gemaakt PVC speelgoed. Als men echter de werkelijkheid bekijkt, dan blijkt dat uit alle stoffen wel iets weglekt dat in grote hoeveelheden bekeken, gevaarlijk "kan" zijn. Wat nog niet wil zeggen dat de werkelijk ingenomen hoeveelheden enig risico van betekenis geven. Zo bevat hout natuurlijke bestanddelen die in grote hoeveelheid in rivieren geloosd (bv. door papierfabrieken), voor geslachtsveranderingen bij vissen zorgen. Recent nog werden zelfs rubberen fopspenen van de Belgische markt gehaald omdat ze teveel nitrosaminen bevatten, een ook voor mensen bekende kankerverwekkende stof...
De enige oplossing: naar een eenvormige test in Europa...
Blijkbaar bestaan er nogal wat testmethoden. Duidelijk is dat een test, waarbij geen mechanische bewerking wordt uitgevoerd, te lage resultaten geeft in vergelijking met wat er in de kindermond gebeurt. Anderzijds geeft het versnijden van het speelgoed en het toepassen van ultrasone trillingen, zoals voor Greenpeace Duitsland werd uitgevoerd, een (veel) te hoge waarde. Op dit ogenblik lopen er in Nederland bij TNO proeven met vrijwilligers die op PVC-speeltjes kauwen. Het uitlekken van ftalaten in het speeksel wordt dan vergeleken met verschillende mechanische testmethoden, om te kijken welke de werkelijkheid het beste weergeeft. De resultaten worden in augustus verwacht. Die kunnen dan als basis dienen voor een eenvormige test die over heel Europa kan worden toegepast.
Ondertussen heeft de hele hetze tegen PVC-speelgoed, vooral vanuit het Greenpeace-kamp, voor nogal wat ergernis en verwarring gezorgd. Er liep ook een klacht van de Chlorofielen bij de Nederlandse Reclame Code Commissie tegen een advertentie van Greenpeace waarin PVC speelgoed "giftig" werd genoemd, waarover verder meer.
Meer informatie over ftalaten vindt U op onze PVC en additieven pagina.
Greenpeace voerde onlangs in ware commandostijl actie tegen Exxon Rotterdam, waar ftalaten worden gemaakt. In haar strijd tegen PVC-speelgoed is het de eerste maal dat ze een ftalaat producent aanpakt. Onze voorzitter werkt net aan de overkant en volgde het spektakel van zeer nabij. Hij greep zelfs de kans om een journalist kort te woord te staan en kreeg daardoor een schitterend artikel in 'Trouw'. De actie zelf vond weinig weerklank in de pers en de blokkade moest de volgende dag volgens een rechterlijke beslissing onmiddellijk worden opgeheven, omdat 'de noodzaak van inbreken op het bedrijfsterrein niet was gebleken'.
Een weinig geslaagde actie. We zijn benieuwd hoelang Greenpeace dat nog volhoudt.
Wat wij al veel langer beweerden, is nu eindelijk ook eens door een officiële instantie bevestigd. Alles draait eigenlijk om een advertentie die Greenpeace Nederland op 3 maart jl. in een aantal dagbladen publiceerde. Deze bevatte volgende tekst :
"Belangrijke mededeling voor ouders van jonge kinderen
WAARSCHUWING
Uit onderzoek blijkt dat speelgoed van zacht PVC (vinyl) schadelijk kan zijn voor de gezondheid van uw kinderen.
Deze giftige speeltjes, zoals bijtringen, badboekjes en zachte piep-beestjes, zijn nog steeds te koop.
Pas op voor zacht PVC-speelgoed van de merken Tyco (Sesame Street), Hasbro (Playskool) en Mattel. Zij negeren nog steeds de oproep van de staatssecretaris van Volksgezondheid om dit speelgoed uit de handel te halen."
De Chlorofielen pikten dit niet, waarop onze Voorzitter prompt klacht indiende bij de Nederlandse Reclame Code Commissie. Wat ons vooral ergerde was dat Greenpeace speelgoed van zacht PVC, zomaar als giftige speeltjes bestempelde. Dit tartte werkelijk alles! Na een schriftelijke procedure trok onze Voorzitter, samen met enkele leden, op 19 mei jI. naar de Reclame Code Commissie in Amsterdam om zijn zaak ten gronde toe te lichten. Hij stond daar oog in oog met de advocaat van Greenpeace die zich zwaar juridisch trachtte te verdedigen (en het bovendien een schande vond dat onze website zo vaak werd geraadpleegd). Maar, het heeft niet mogen baten. Want, onze voorzitter die onomwonden de feiten had gebracht, haalde uiteindelijk zijn gelijk. De Commissie besluit immers:
"Giftig wekt de indruk dat het speelgoed een direct gevaar voor de gezondheid oplevert. Gezien de nog bestaande onzekerheid met betrekking tot de vraag of en zo ja, in welke mate de speeltjes de gezondheid van jonge kinderen kunnen schaden is de uiting, 'deze giftige speeltjes' echter te stellig en daardoor misleidend. Bovendien betreft, anders dan wordt gesuggereerd, de mogelijke schadelijkheid niet PVC maar de daaraan toegevoegde weekmaker. Daarom adviseert de Reclame Code Commissie Greenpeace om voortaan niet meer op dergelijke wijze reclame te maken. "
Greenpeace zou nog tegen deze uitspraak in beroep kunnen gaan, maar wij hebben reden genoeg om te feesten. De tijd dat Greenpeace blindelings werd geloofd, is duidelijk voorbij.
Meer achtergrondinformatie over de klacht en de uitspraak vindt U op onze Tweede klacht bij de Reclame Code Commissie pagina.
Hopelijk ben jij er dit jaar ook (weer) bij!
U bevindt zich op de infobladen pagina's van de Chlorofielen.
Op het net: 26 juli 1998.
Laatste aanpassing: 30 april 2002.
Finale aanpassing: 31 maart 2019.