![]()
Greenpeace persbericht 17 september 1997.
![]()
NEW YORK, 17 september --- Greenpeace heeft vandaag de resultaten bekendgemaakt van een wetenschappelijke studie die aantoont dat zacht (PVC) speelgoed, of vinyl, toxische chemische producten bevat die kunnen lekken wanneer kinderen erop kauwen of sabbelen.De testen werden uitgevoerd op 63 PVC speeltjes uit de USA en 16 andere landen. De speeltjes waren ontworpen om in kleine kindermondjes te gebruiken, zoals bijtringen. Alle speeltjes bestaan voor 10 tot 40% van hun gewicht uit toxische, chemische additieven die gebruikt worden om de speeltjes zacht en flexibel te maken. Deze weekmakers behoren tot de groep van chemicaliën met de naam ftalaten en zijn erom bekend dat ze lekken uit PVC producten tijdens het gebruik, vooral als er druk op uitgeoefend wordt, zoals wanneer een klein kind op een bijtring kauwt of sabbelt.
Antwoord: Wat Greenpeace nalaat te meten in haar
"wetenschappelijke"studie, is hoeveel ftalaten er werkelijk uit de
speeltjes lekken. Dat is het enige wat telt.
De acute toxiciteit van verscheidene commerciële ftalaten is zo
laag dat er enorme hoeveelheden aan dieren moeten gevoederd worden
om de MTD (maximum aanvaardbare
dosis), equivalent met 500g/dag voor een volwassene te bereiken. DEHP, het meest gebruikte
ftalaat, wordt beschouwd als niet-giftig en niet-irriterend. DEHP
wordt door de US FDA en het EU Scientific Committee for Foodstuffs
toegelaten voor gebruik in voedselverpakkingsmaterialen. PVC
weekgemaakt met DEHP is het enige flexibele materiaal dat door de
European Pharmocopoeia goedgekeurd is voor het gebruik in bloed-
en plasmatransfusiemateriaal.
Greenpeace startte een tijdje geleden een gelijkaardige paniekzaaierij in de UK, omwille van kleine hoeveelheden ftalaten dat in babyvoeding werden gevonden. Ze gebruikten dezelfde angstaanjagende methoden, zie "Greenpeace, PVC en hormonale wijzigingen, the UK babyvoedingszaak".
Het overheersend chemische product dat in de geteste speeltjes werd gevonden, is giftig wanneer het door dieren opgenomen wordt. Het heeft invloed op de gezondheid, gaande van tumoren en schade aan lever en nieren tot reproductieve afwijkingen. Verschillende weekmakers werden geïdentificeerd als de mogelijke oorzaak voor het verstoren van het hormonale systeem, een fenomeen dat als endocriene verstoring is gekend.
Antwoord: Zoals reeds eerder werd gezegd, is de acute giftigheid
van ftalaten bijzonder laag. Als je, natuurlijk, dosissen zo hoog
als de MTD, gaat toedienen, zul
je wel effecten vinden die dan door de dosis maar niet door de
giftigheid van het product worden veroorzaakt. Zie "Teveel
knaagdier carcinogenen" (engels) van Bruce
N. Ames.
In het geval van DEHP, werden
grote hoeveelheden aan ratten toegediend. Dat resulteerde in
levertumoren, die specifiek zijn voor de biologie van ratten
(peroxisome woekering). Diezelfde effecten werden NIET vastgesteld
bij primaten (zijdeaapjes en apen). Daarom besloot de Europese
Commissie op 25 juli 1990 dat DEHP
niet als kankerverwerkkende substantie geklasseerd of bestempeld
mag worden.
"Verschillende weekmakers", is een typische bewering van Greenpeace. In dit geval waren er slechts 2 ftalaten, dibutylftalaat (DBP, van nature in selder en lavas aanwezig!) en butylbenzylftalaat (BBP) dat in hoofdzake in drukinkten wordt gebruikt, vertoonden een erg zwakke oestrogene werking (1 miljoenste van de kracht van het natuurlijke, vrouwelijke hormoon oestradiol) in SOMMIGE in vitro (in glas) testen, maar vertoonden geen effect in andere tetsten [21] [22] [23] [24]. Al de meer gebruikelijke ftalaten zoals DEHP, DINPand DIDP (diisodecylftalaat) werden getest en negatief bevonden [21].
De recenste in-vivo (in levende dieren) studies hadden speciaal het zoeken naar oestrogene effecten op het oog en toonden geen effect voor alle ftalaten, gaande van DBP tot DIDP [22].
Daarenboven, had de blootstelling van ratten aan DINP [25] en DIDP [26] in utero, tijdens de zoogperiode, de puberteit en de volwassenheid in multi-generatie testen geen invloed op de grootte van de teelballen, de hoeveelheid, de morfologie en de beweeglijkheid van zaadcellen, noch op de productieve en reproductieve vruchtbaarheidseffecten.
"De speelgoedindustrie brengt onnodig kleine kinderen in gevaar tijdens één van de meest kwetsbare periodes van hun ontwikkeling," zei Dr. David Santillo van de Exeter University in de UK, en wetenschapper voor Greenpeace International. "Wanneer kinderen bijten en sabbelen op zacht PVC speelgoed, is dit vergelijkbaar met het uitwringen van een spons. Het water komt eruit net zoals gevaarlijke weekmakers uit het speelgoed kunnen komen."
Dat is een typische paniekzaaierij van Greenpeace... Zeker als ze "vergeet" om de juiste hoeveelheden te meten die onder realistische omstandigheden uit de speeltjes lekken...
Op basis van recente testen, ondernemen de Deense en Nederlandse overheden nu actie om het risico voor kinderen dat zich door het mogelijk lekken van zacht vinylspeelgoed stelt, te beperken. Het Italiaanse bedrijf Chicco haalde in Denemarken, Zweden, Spanje, Italië, Griekenland en Argentinië vrijwillig 3 bijtringen van de markt. Verschillende grote Europese speelgoedhandelaars haalden zacht PVC speelgoed voor kleine kinderen uit hun rekken.
Antwoord: De paniek begon in Denemarken, toen enkele bijtringen
abnormale lekken van ftalaten (1000 maal hoger dan normaal)
vertoonden. Ander speelgoed vertoonde niet zulke problemen. Testen
van dezelfde ringen van hetzelfde merk in België, Spanje en Italië
toonden een normale extractie die onder de limieten lag. De test
in Nederland lag lichtjes boven de TDI
(toegelaten dagelijkse inname), maar deze test gebeurde onder
extreme condities : een vibratie van 55,000 Hz is niet meteen wat
men verwacht van een babymondje...
Als voorzorgsmaatregel, haalde het bedrijf alle bijtringen van de
verschillende markten. En inderdaad, sommige overheden en
bedrijven volgden de waarschuwing op om alle zacht PVC speelgoed,
dat bedoeld was om kleine kinderen erop te laten bijten, terug te
trekken. Maar het persbericht van Greenpeace in Nederland waarin
gezegd wordt dat verschillende bedrijven van plan waren alle PVC
speelgoed van de markt te halen, is ver van waar...
Een merkwaardig verschil : terwijl de Deense zaak - het probleem
van 1 speeltje van 1 merk - voldoende was om paniek in heel Europa
te zaaien, waarop verschillende overheden vroegen om zacht PVC
speelgoed als voorzorgsmaatregelen terug te trekken, had een
gelijkaardige zaak, waarbij een grote hoeveelheid nitrosamines in
rubber fopspenen van een zeker merk enkel de terugtrekking van dat
specifiek product en niet van alle rubber kinderproducten tot
gevolg...
Op 22 oktober 1997 zal het Europees comité voor consumentveiligheid samenkomen om na te gaan welk soort van test in heel Europa zou moeten gebruikt worden, opdat ieder land dezelfde testvoorwaarden en veiligheidslimieten zouden hebben. Dat zal een einde brengen aan de volledige verwarring die er momenteel heerst.
Greenpeace gaf ook een "shoppinglijst" vrij met specifiek speelgoed en met PVC alternatieven met merknaam om ouders en consumenten 100 dagen voor kerstmis bij hun aankopen te begeleiden. "Tot op vandaag werden de ouders nog steeds niet op de hoogte gebracht van de mogelijke gevaren van PVC speelgoed," zei Lisa Finaldi, Greenpeace International Toxics Campaigner. "Het is onachtzaam vinyl kinderspeelgoed als niet-giftig te bestempelen als ze chemicaliën bevatten waarvoor er in laboratoria waarschuwingslabels vereist zijn. We moedigen alle families aan om op veilig te spelen door PVC speelgoed te vermijden." Greenpeace roept de speelgoedfabrikanten en handelaars op om PVC speelgoed uit hun productlijnen te halen.
Antwoord : Anti-PVC haat? Fondsenwerving door ouders bang te
maken? Heeft Greenpeace de "veilige" alternatieven op het lekken
van chemicaliën getest? Indien niet, hoe weten ze dan dat deze
niet méér "giftig"zijn? Elke productie gebeurt met "giftige"
chemicaliën die gemerkt worden volgens hun (mogelijke) giftigheid.
Dat betekent nog niet dat deze chemicaliën een risico inhouden
voor kinderen aan de veel lagere dosissen die uit het speelgoed
lekken dat ze gebruiken.
De abnormale lektest van Denemarken werd in april van dit jaar
gepubliceerd. Waarom wachtte Greenpeace tot september vooraleer ze
haar actie tegen PVC speelgoed lanceerde? Zijn ze eigenlijk niet
geïnteresseerd in de veiligheid van onze kinderen maar veel eerder
in het gunstigste moment om met hun actie van start te gaan?
Aangespoord door een 1996 Consumer Product Safety Commission die waarschuwde voor de gevaren van loodvergiftiging door vinyl miniblinds, begon Greenpeace een onderzoek naar PVC producten en hun additieven. Greenpeace alarmeerde de speelgoedindustrie rond deze zaak voor het eerst in augustus 1996 en ontmoette haar handelsassociatie, the International Council of Toy Industries (ICTI). ICTI verkoos geen enkel actie te nemen, waarop Greenpeace besliste om het publiek rechtsreeks te waarschuwen voor de mogelijke gevaren van PVC speelgoed.
Antwoord: Het enige doel van Greenpeace is om elk gebruik van chloor tegen het jaar 2000 te stoppen, om redenen die enkel God en zijzelf kennen. Om dat doel te bereiken, zijn alle methodes goed, zelfs als ze alternatieven moeten promoten waarvan reeds bewezen is dat ze slechter zijn voor de gezondheid en/of het milieu, onveilig voor de gebruiker en /of veel duurder...
PVC is gedurende zijn levenscyclus - vanaf de productie, tijdens het gebruik tot aan de onvermijdelijke verwijdering- het meest milieuschadelijke plastiek. PVC is gemaakt van chloor. Daarom kan het niet gemaakt of verbrand (verbranding of incidentele branden) worden zonder het vrijkomen van zeer giftige componenten zoals dioxines, een van de meest giftige chemicaliën die ooit werden geproduceerd.
Antwoord : Ik daag Greenpeace uit om waar ook ter wereld een levencyclusanalyse te vinden, die niet door haarzelf of een commercieel betrokken bedrijf werd gemaakt, die duidelijk aantoont dat PVC voor het milieu significant slechter is dan om 't even welk plastiek voor eender welke toepassing. Het bewijs van de tegenovergestelde mening van onafhankelijke bedrijven en overheden kan gevonden worden bij: "Levenscyclusanalyses van PVC en alternatieve toepassingen".
Geen enkel product kan worden gemaakt zonder dat er dioxines
geproduceerd worden, hetzij uit de grondstof , hetzij uit zijn
energieverbruik. In veel gevallen zijn die vrijgekomen
hoeveelheden hoger dan voor PVC tijdens zijn volledige
levenscyclus, inclusief (accidentele) verbranding, zie Dioxine emissies van materialen tijdens
hun levenscyclus. De PVC productie is verantwoordelijk voor
minder dan 1 duizendste van de dioxine-emissies naar lucht in heel
West-Europa. De toevoeging of verwijdering van PVC in afval heeft
geen of een verwaarloosbaar effect op dioxine-emissies van
incinerators, zie Chloor input en
dioxine-emissies. De kwaliteit van verbranding maakt het
verschil. Zie ook de samenvatting
van het ASME onderzoeksrapport over chloorinput en
incinerators.
Daarnaast kunnen andere uitstoten (PAH's,...) van alternatieve
materialen veel belangrijker zijn.
![]()
Om te eindigen met enkele opmerkingen van derden: In het Verenigd Koninkrijk, vormden onder druk van Greenpeace een aantal handelaars een werkgroep met hen om te discussiëren over het (verdere) gebruik van PVC in verpakkingen en de bouw. Na een aantal presentaties, besliste de groep om een "onafhankelijke wetenschapper aan te stellen om de evidentie van de impact van PVC op de menselijke gezondheid op de kenmerkenbalans te te herbekijken".
Het National Centre for Business & Ecology (NCBE) stelde een klein team specialisten van verschillende UK universiteiten samen om een voldoende brede deskundige basis voor deze taak te verschaffen. Hun conclusie [27]:
"Het studieteam kon geen wetenschappelijke evidentie vinden voor de link tussen de productie, het gebruik en de verwijdering van PVC componenten enerzijds en substantiële schade voor de menselijke gezondheid anderzijds. Bovendien werd er ook geen afdoende evidentie voor serieuze milieuschade door de productie, het gebruik of de verwijdering, onder de beste werkmethoden uitgevoerd, gevonden, ondanks dat sommige vroegere en huidige productie/verwijderingsmethoden niet volgens die standaards worden uitgevoerd. Waar er een evidentie bestaat over de schadelijkheid voor de menselijk gezondheid en voor het milieu, werd er niet vastgesteld dat PVC tegenover andere productieprocessen de hoofdfactor is".
Hun commentaar op de web site informatie van Greenpeace:
"Een probleem met de litteratuur van Greenpeace is hoedanook het gebrek aan selectiviteit of het gebrek aan enig kritische evaluatie. Al de studies, gaande van de methodisch hopeloze tot die van de hoogste kwaliteit worden allemaal aangehaald alsof ze gelijkwaardige bronnen van ruïnerende informatie voor de PVC-industrie zijn"
Geen verder commentaar...
![]()
Dit (niet zo) nieuw verhaal van Greenpeace is een volgende stap in
het tot beschadigen van de goede naam van een product zonder enig
wetenschappelijke reden. In feite voel ik mij, als milieuactivist
(reeds meer dan 30 jaar), door deze groene multinational zwaar
beledigd. Ik heb 2 dochters, die binnen enkele jaren moeder kunnen
worden. Ik zou de eerste zijn om een andere job te zoeken als er
een afdoende reden was om PVC de schuld te geven voor het
beschadigen van het leven van de toekomstige generaties. Maar tot
nu heb ik nog geen enkel geldig argument gevonden om dit te doen.
Integendeel, alle argumenten die ik van Greenpeace zag, waren
vals, overdreven - meer dan een miljoenvoud zelfs - of hopeloos
achterhaald.
Na 6 jaar met hen discussies te hebben gevoerd, weet ik nog altijd
niet waarom ze dat doen. Maar ik ben er behoorlijk zeker van dat
het eigenlijknog maar weinig uitstaans heeft met de zorg voor het
leefmilieu.
![]()
U bevindt zich nu op het eerste niveau van de Chlorofielen antwoord pagina's.
Aangemaakt : 10 oktober 1997.
Laatste aanpassing: 11 maart 2002.
Finale update: 31 maart 2019.
Naar de Home Page
van de Chlorofielen.
Greenpeace, PVC en hormonale
wijzigingen, de UK babyvoedingszaak
PVC speelgoed en zware metalen
Vooraleer u op deze pagina reageert, leest u beter eerst de pagina Greenpeace en chloor, misschien zult u dan wel begrijpen waarom