FIEL

lijn

EMISSIES VAN DE AGAC AFVALVERBRANDINGSOVEN IN
REGGIO EMILIA (ITALIË)

lijn

DROOG PROCES OM DE AFGASSEN TE ZUIVEREN MET NATRIUMBICARBONAAT MET RECUPERATIE VAN DE ZOUT RESIDUES

Resultaten van de analytische tests van het ENEL DCO LP laboratorium betreffende de AGAC Reggio Emilia afvalverbrandingsoven.

Foto van de AGAC afvalverbrandingsoven in Reggio Emilia

Foto van de AGAC afvalverbrandingsoven
in Reggio Emilia (Italië), (88 k)


Doel

De analytische campagne gerealiseerd door het ENEL DCO LP laboratorium werd uitgevoerd om de werking van het bicarbonaatproces te meten bij een afvalverbrandingsoven die met moderne apparatuur voor afgasreiniging is uitgerust.

Het doel was om te bepalen of het mogelijk was om de strengste milieunormen te behalen (in dit geval de Duitse normen) met een relatief simpel proces.


Beschrijving van de verbrandingsoven

De verbrandingsoven voor huishoudelijk en hospitaalafval heeft twee verbrandingslijnen, ieder voor 100 ton/dag. Beiden zijn uitgerust met apparatuur voor het bicarbonaat proces.

De totale jaarlijkse capaciteit ligt rond 51.000 ton afval.

Geconstrueerd in 1968, werd de verbrandingsoven verschillende malen gemoderniseerd:

Na iedere verbrandingslijn, na de nabranders, worden de verbrandingsgassen gekoeld in een stoomgenerator naar 200-250 °C. Daarna worden ze gezuiverd van fijn stof (vliegas) door een elektrofilter (EP) met twee kamers.

De stofvrije rookgassen worden daarna gemengd met fijngemalen natriumbicarbonaat en actieve koolstof, direct in de gasleiding.

De natrium residues (NaCl + Na2SO4 + Na2CO3), die resulteren uit de neutralisatie van de zure componenten van het rookgas, worden afgescheiden in een tweede filtratiesysteem, met behulp van zakfilters.


Karakteristieken van het afgaszuiveringsproces

Datum van de eerste start van het nieuwe bicarbonaat proces (met dubbele filtratie): januari 1995 (lijn 2), oktober 1995 (lijn 1).


Beschrijving van de analytische campagne

De analytische campagne werd uitgevoerd in twee fasen:
De eerste fase was van 22 januari tot 2 februari 1996, de tweede van 8 tot 12 juli 1996. De periode tussen de twee monsterperiodes werd gebruikt om de actieve koolstof dosering op punt te stellen.

De activiteiten werden voornamelijk gebaseerd op het nemen van monsters en de daaropvolgende analyses van de voornaamste componenten. De monstername werd uitgevoerd op drie punten in de afgaslijn. De volgende figuur geeft een algemeen schema weer van de afvalverbrandingsoven en de plaats van de monstername punten.

Algemeen schema van de verbrandingsoven en van de monsternamepunten

proces AGAC Reggio
        Emilia

De analyses van gas samenstelling voor de bepaling van HCl, SOx, NOx, O2 en CO gehalte bij de punten P2 en P3 werd uitgevoerd met online IR emissie spectrofotometers van het type MIR 9000.

Voor de analyse van andere elementen en composities, werden ad hoc monsters genomen, gevolgd door analyses door het DCO/LP laboratorium.

De monstername apparaten werd uitgevoerd voor om alle drie de fasen, vaste, condenseerbare en niet-condenseerbare gassen. Om de totale inhoud aan micro-elementen te bepalen, is het nodig om alle drie de fasen apart te bepalen. De monstername tijd was ongeveer 10 uur, om een voldoende hoeveelheid te verzamelen voor de daaropvolgende analyse. Voor organische micro-elementen waren 24 uur aan monstername tijd noodzakelijk.

Voor de dioxine analyses, werd een massaspectrometer gekoppeld aan een gaschromatograaf (GCMS), Voor de analyse van anorganische microverontreinigingen werd een plasma massaspectrometer (ICP-MS) gebruikt, een plasma massaspectrometer met atomaire emissies (ICPAES), een atoom absorptiespectrometer met waterstof generatie (FIHGAAS) en een ion chromatograaf (IC).

De detectie limieten van de gebruikte analytische technieken was:

Be, Cd, Co, Cr,
Cu, Mn, Ni,
Pb, Hg, Sb
0,003 µg/Nm3

As, Se, Sn
 
0,03 µg/Nm3
dioxinen
en furanen
0,08 ng/Nm3


De resultaten van de analyses worden weergegeven in de volgende tabel:

Resultaten behaald met het natriumbicarbonaatproces voor de zuivering
van afgassen van de verbranding van huishoudelijk en ziekenhuisafval

Vervuiling
mg/Nm3 11%O2
Bij de ingang
van het zuiverings-
systeem
Emissies na
het bicarbonaat
proces
Duitse
normen 17a
BIm Sch V
van 1990
D.M. 12/7/90
(Italiaanse
wetgeving)
Deeltjes   2-7 10 30
HCl 1070 < 5 10 50
HF 4 < 0,02 1 2
HBr < 0,04 < 0,04   5
HCN 0,002 < 0,001   geen norm
SOx 150 ± 20 1-18 50 300
NOx 140 ± 20 130 ± 20 200 geen norm
Stoffen
Klasse 1.1
  49x10^-6 0,1 0,1
As+Co+Ni 0,036 0,009 1 1
Se + Te 7x10^-3 0,1x10^-3   1
Cd + Tl 0,211 0,5x10^-3 0,05 (+Hg) 0,2
Hg 0,54 0,009 0,05  
Sb +Cr +Mn +Pb
+Cu +Sn +V
7,05 0,0029 1 5
PCDD/F
mg/Nm3 11%O2
ng/Nm3 (TE NATO)
11% O2
0,3 x 10^-4
0,95
0,6 x 10^-6
0,085

0,1
0,004
 

lijn

Conclusie

De analyses demonstreren dat de Italiaanse en de Duitse normen worden gerespecteerd op alle niveaus.

lijn

U bent op niveau drie van de Chlorofielen bladen.

Aangemaakt: 8 januari, 1998.
Laatste aanpassing: 1 maart 2002.
Finale aanpassing: 31 maart 2019.

Welkom pagina

Naar de Home Page van de Chlorofielen

Op: Chloor toevoer en dioxine emissie bij verbranding

Links: Chemie van dioxinevorming